Artistieke duizendpoot

Wel of niet bewust is De Gheus ook een aanhanger van het romantische idee dat een kunstenaar alle ambachtelijke vaardigheden moet combineren. Hij ontwerpt gebrandschilderde ramen, maakt penningen, doet restauraties en integreert zijn artistieke creaties probleemloos in architectuur, zowel in de eigen woning, als bij klanten.

Hij kan leven van zijn werk, maar dit betekent een beknotting van zijn vrijheid en onderwerping aan de wensen van de klant. Niet zelden geeft hij uiting aan zijn frustratie dat hij strijd moet voeren tegen de bekrompenheid en achterlijkheid van de regionale besturen-opdrachtgevers. Hij maakt ook een duidelijk onderscheid tussen deze ‘knechtendienst’ en wat hij de ‘echte kunst’ noemt.

Nochtans kiest hij vanaf de jaren ’70 zélf voor een teruggetrokken leven, weg van de artistieke mallemolen, die hij zonder de gangmakers van het eerste uur niet meer wil en kan trotseren.

In zijn testament laat hij de taak om zijn werkelijke artistieke waarde bekend te maken aan het publiek, over aan De Private Stichting Lucien De Gheus – Druant.