Het huis

Beeld1_museumhuis Beeld9_inkomdeur

Na hun huwelijk in 1954 vestigt het echtpaar De Gheus – Druant zich in een huurwoning met zolderatelier in de Casselstraat te Poperinge. Maar in de volgende jaren wordt het bouwen van een eigen woning met atelier goed voorbereid.

Dankzij de lessen Bouwkundig Tekenen die hij volgde aan de Poperingse tekenacademie en zijn opleiding Sierkunsten heeft hij een ruime kennis van kunstgeschiedenis en een grote interesse voor architectuur.

Het modernisme van Frank Loyd Wright en Le Corbusier inspireert hem, zo blijkt uit bewaarde foto’s en krantenknipsels. Hij gaat op bezoek in Oostende bij ingenieur -architect en hoogleraar Paul Felix (1913-1981), die een belangrijke rol speelde in het Belgisch modernisme; ontmoet achitect Peter Callebout (1916-1970), en ook plaatselijke architecten behoren tot zijn vriendenkring. Zij bezorgen hem geregeld opdrachten.

Op Expo 58 Brussel, het uithangbord van architecturale vernieuwing, koopt hij diverse bouwmaterialen aan : sanitair, deuren en houten vloerpanelen uit de tentoonstellingsruimte.

Regionaal verzamelt hij bergsteen uit Westouter, gres en schorren, recuperatie balken en schaliën.

In 1960 wordt een stuk bouwgrond (30 are) aangekocht, gelegen Westouterstraat 80, toen nog omgeven door weiden en met zicht op ‘de bergen’ of de West-Vlaamse heuvels.

De Gheus maakt zelf de voorstudies van het huis en de tuin en doet dan een beroep op architecten Jan Carpentier en Willy Ingelaere voor de officiële uitwerking.

Het ontwerp van de woning was voorzien op de uitoefening van zijn werk als beeldhouwer: een ruime en hoge inkomhal / tentoonstellingsruimte, een verwarmbaar winteratelier en een zomeratelier met hoge glaspartijen op het noorden gericht om egaal licht te bekomen.

Eerst start de aanplanting van bomen en in het voorjaar ’61 wordt de vijver gegraven. In het najaar beginnen de eigenlijke bouwwerken. In 1962 wijdt hij zich volledig aan de bouw van het huis.

Lucien De Gheus brengt diverse inspiratiebronnen samen tot een persoonlijk geheel.

Het lijnenspel en de compositie van het koperen voordeurensemble verraadt de invloed van de Stijl.

Beeld12_zijgevel
De zuidoostgevel met balkon kijkt als een chalet uit op de heuvels. De achtergevel van het atelier van grove natuursteen lijkt op de robuuste gesloten gevel van een Zuid- Franse Mas.

Beeld14_atelier
In elk geval wil de woning De Gheus – Druant een gesamtkunstwerk zijn. De kunstenaar wil van zijn creatie één geheel maken. De Gheus ontwerpt de transparante vrouwenfiguur naast de voordeur, de luchter in de hal, de gebrandschilderde ramen in hal en woonkamer.

Beeld13_glasraam
Van zijn hand zijn de glazuurtegels gebruikt als vloerbekleding, faience en vensterbanken. Hij ontwerpt de salontafels en vitrinekasten, kapt figuren in de blauwsteen lintelen en dicteert de compositie van de molenstenen in de keermuren aan de vijver. Zo onuitputtelijk was zijn inspiratie, dat heel wat geplande werken nooit tot uitvoering kwamen.

Lucien en Suzanne De Gheus – Druant trokken in hun woning in augustus 1962 en bleven er wonen tot hun dood.

Het ‘Gheuzenhol’, zo noemde de kunstenaar zélf zijn huis, ademt zijn ziel in elke hoek en blijft tot vandaag de bezoeker intrigeren.